Achter langdurig verzuim schuilt vaak een optelsom van factoren
Om maar met de deur in huis te vallen: de belangrijkste oorzaak van langdurig verzuim ligt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in psychische klachten. Daarna komen spier-, rug-, nek- en gewrichtsklachten en tot slot chronische gezondheidsproblemen. We richten ons met name op de eerste: wat zijn de oorzaken, is er verschil tussen sectoren en wat zijn aanknopingspunten voor verandering?
Psychische klachten zijn bijvoorbeeld stress, overspannenheid en burn-out. Het aandeel burn-outklachten is de laatste jaren flink toegenomen, laat TNO zien. Van de werknemers die in 2025 verzuimden, geeft 23% aan dat hun afwezigheid geheel of gedeeltelijk het gevolg was van het werk. Werkdruk is vervolgens de meest genoemde aanjager van werkgerelateerd verzuim (28%). De toename van mentale klachten komt echter ook doordat de aard van het werk verandert: complexere functies, ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken en meer verantwoordelijkheid. Daarnaast spelen personeelstekorten, onvoldoende herstel en een combinatie van werk- en privébelasting een rol. Al deze factoren versterken elkaar. Zo is in meerdere sectoren goed te zien dat wanneer medewerkers uitvallen, de werkdruk voor de collega’s groter wordt. Daardoor groeit het risico op nieuwe uitval. Vooral in onderwijs, zorg en publieke sector zien we deze verzuimspiraal steeds vaker.
In 2024 had het ziekteverzuim in het onderwijs (28%) en in de gezondheids- en welzijnszorg (27%) het vaakst te maken met het werk, geeft het CBS aan. In het onderwijs geldt dat door aanhoudende personeelstekorten docenten vaker extra taken oppakken én veel administratieve taken hebben. Vervanging bij ziekte is lastig, waardoor de werkdruk voor collega's verder stijgt. Daardoor nemen mentale belasting en stressgerelateerde klachten toe. Al eerder bleek uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het CBS en TNO dat werknemers in het onderwijs zich het meest emotioneel betrokken voelen bij hun werk en dat zij hun werk bovengemiddeld vaak als veeleisend ervaren.
Werknemers in zorg- en welzijnsberoepen hebben vaker dan gemiddeld burn-outklachten. Niet alleen door de toenemende werkdruk, ook het type werk is emotioneel belastend en is er vaker sprake van agressie en conflicten, zo geeft de vereniging voor zorgprofessionals VvAA aan. Extra belastend zijn de fysieke arbeid en nachtdiensten in de zorg. In de bouw is lichamelijk zwaar werk eveneens bepalend: oudere werknemers kampen met fysieke slijtage. In deze sector is echter nog iets anders aan de hand: jongeren vallen vaker uit door gebrek aan goede begeleiding en veiligheidsbewustzijn.
In de publieke sector zijn de verzuimcijfers al jaren hoog. Ook daar ontstaat werkdruk door personeelstekorten: momenteel heeft 73% van alle gemeenten daar mee te maken, is te zien in de Personeelsmonitor van het AenO fonds Gemeenten. Verder vergrijst het personeelsbestand in een hoog tempo: een derde van de medewerkers is 55 jaar of ouder. Bovenop werkdruk hebben medewerkers in deze sector te maken met complexe maatschappelijke opgaven. Medewerkers ervaren toenemende druk door krappe bezetting, ingewikkelde dossiers en hoge verwachtingen van burgers.
Stress is daarnaast niet alleen werkstress. Wat we in het eerste deel van deze serie al constateerden, is dat sociale media onder jongeren leidt tot prestatiedruk. Sociale media scheppen hoge verwachtingen en maakt dat jonge mensen zich voortdurend opgejaagd voelen. Dat kan leiden tot faalangst. En: de jongste generatie is opgegroeid in een wereld vol onzekerheden en maatschappelijke en financiële zorgen, rondom bijvoorbeeld het klimaat, woningmarkt en inflatie. Uit lopend onderzoek van het Arbo Unie Kennisinstituut Werk en Gezondheid blijkt dat behalve werkdruk ook geldzorgen, zorgtaken en sociale druk na werktijd sterk samenhangen met langdurig verzuim. In de leeftijdsgroep 25 tot 35 jaar vallen vooral zorgtaken op. Daar komt bij dat de grens tussen werk en privé door hybride werken is vervaagd. Arbo Unie constateert dat jongere werknemers zich sinds corona vaker kort ziekmelden: een opvallende trendbreuk ten opzichte van de jaren vóór 2020.
Vooral in de leeftijdsgroep 25 tot 35 jaar neemt kort verzuim toe. Dat lijkt misschien onschuldig, maar het kan juist een vroeg signaal zijn van toekomstig langdurig verzuim. Daar komt bij dat Arbo Unie de gemiddelde duur van psychisch verzuim ziet oplopen richting een half jaar, waar dit eerder drie tot vier maanden was.Martijn Scheen is Corporate Director HR aan Wageningen University & Research en voorzitter van het HR-directeurenoverleg van alle Nederlandse universiteiten. Hij illustreert deze cijfers, want de wetenschappelijke wereld kent veel langdurig verzuim in de categorie 25- tot 35-jarigen. “In die leeftijdsfase beginnen veel mensen een gezin. Ze hebben het thuis druk en vragen op het werk veel van zichzelf. Dat ze mogen thuiswerken scheelt wel; ze kunnen hun leven net wat meer plooien. Desondanks is er weinig rem op werktijden. Dat gaat een tijdje goed, maar uiteindelijk gaan mensen te lang door.”
Bijna 4 op de 10 werknemers heeft behoefte aan (aanvullende) maatregelen tegen werkstress, blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA). Bovendien ligt de reden van psychisch verzuim lang niet altijd bij de medewerker; ook de werkomgeving of het werk zelf kan de oorzaak zijn. Het wetenschappelijke Job Demand-Control Model (Karasek, 1979) stelt dat werkstress ontstaat uit de interactie tussen taakeisen en de mate van autonomie. Te veel van het eerste en te weinig van het tweede leidt tot werkdruk en stress. Wanneer zowel de taakeisen als de autonomie hoog zijn, ontstaat er juist een situatie waarin medewerkers zich ontwikkelen. In een latere uitbreiding van dit model, het Job Demand-Control-Support Model, werd sociale steun toegevoegd als belangrijke pijler. Steun van collega’s en leidinggevenden kan de negatieve effecten van hoge taakeisen verminderen en het welzijn bevorderen.
Tijd voor een andere manier van denken, bepleit bijzonder hoogleraar Evelien Brouwers van Tilburg University in ons magazine Loyaal. Brouwers doet al meer dan vijfentwintig jaar onderzoek naar arbeid en psychische gezondheid. “Het gaat vaak niet om wat iemand mankeert, maar om wat hij of zij nodig heeft. Psychisch verzuim zal nooit helemaal verdwijnen. Mensen kunnen nu eenmaal ziek worden. Maar organisaties hebben meer invloed dan ze soms denken.” In het onderwijs en de zorg worden kennisoverdracht en mentorschap steeds belangrijker, om de jongere generatie voldoende toe te rusten en werkdruk te verminderen. Martijn Scheen heeft in zijn organisatie fitgesprekken ingevoerd, om de vinger aan de pols te houden. “Het zijn meer off the record-gesprekken. Vaker dan een keer per jaar, over onderwerpen als ontwikkeling, performance, werkomstandigheden en de werk-privébalans.”
Brouwers benadrukt eveneens het belang van gesprek. “Gesprekken van mens tot mens, over wat medewerkers belangrijk vinden en wat zij nodig hebben om zich goed te voelen op het werk,” zegt ze. “Niet pas als iemand thuiszit, maar eerder. En niet vanuit wantrouwen, maar vanuit ondersteuning. Als medewerkers weten dat ze vroegtijdig mogen bespreken wat ze nodig hebben, zonder dat hierop negatieve carrièreconsequenties volgen, dan kan dat maanden verzuim schelen.”
In deel 3 van deze serie gaan we in op de kosten van oplopend (langdurig) verzuim.
Meer weten over verzuim? Lees ons eerste deel terug. Hierin zetten we de feiten en ontwikkelingen op een rij: medewerkers verzuimen niet vaker, wel langer. En steeds vaker zijn psychische klachten de onderliggende oorzaak.