Medewerkers verzuimen niet vaker, wel langer. En psychische klachten spelen daarbij een steeds grotere rol

Wie de berichtgeving van de afgelopen maanden volgt, kan het niet ontgaan zijn: het verzuim in Nederland blijft stijgen. Het verhoogt de werkdruk bij de werkende collega’s en stelt werkgevers voor een opgave. Maar waarom loopt het verzuim in bijna alle sectoren steeds verder op? En wat kun je doen als organisatie? In een 4-delige verhalenserie gaan we dieper in op het thema verzuim. In dit eerste deel zetten we de feiten en ontwikkelingen op een rij: medewerkers verzuimen niet vaker, wel langer. En steeds vaker zijn psychische klachten de onderliggende oorzaak.

Misschien merk je het ook binnen de eigen organisatie: het ziekteverzuim in Nederland is de laatste jaren steevast bovengemiddeld hoog. De toch al hoge lijn wil maar niet afvlakken. Dat beeld wordt bevestigd door de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In het eerste kwartaal van 2026 bedroeg het verzuim in Nederland maar liefst 5,8%. Dat wil zeggen dat van elke 1.000 te werken dagen er 58 verloren gaan door ziekte. Maar hoe plaatsen we dat cijfer in de tijd? En welke ontwikkeling staat ons te wachten?Voor een eerlijke vergelijking kunnen we terugkijken tot 1996, het jaar vanaf wanneer/waarvanaf het CBS het verzuim op dezelfde manier registreert. Het ziekteverzuim bedraagt dan 4,7%. Daarna laten de cijfers een gestage golfbeweging zien. Het laagste percentage bedroeg 3,8% (in 2014) en tijdens corona werd de voorlopige piek van 6,2% bereikt.  Het gemiddelde bedraagt sinds 1996 4,5%. Daar zitten we nu al enkele jaren ruim boven. En hoewel het ziekteverzuim nu niet historisch hoog is, is het wel historisch lang bovengemiddeld hoog.

Eerder gaf ook TNO meer gedetailleerd inzicht in de werkgerelateerde gezondheid in Nederland, in het rapport Arbobalans. In 2023 werd door 51% van alle werknemers verzuimd, terwijl dit in 2015 nog maar 45% was. En waar in 2015 een werknemer gemiddeld 7 dagen per jaar verzuimde, steeg dat tot 8,2 dagen in 2023. Een derde van alle werknemer gaf daarbij aan dat het verzuim werkgerelateerd is.

Toename psychische klachten


Griep, verkoudheid en andere virusinfecties zijn nog altijd de meest genoemde redenen van ziekteverzuim onder werknemers, meldt het CBS. Maar wat opvalt is dat verzuim door psychische klachten, zoals stress, overspannenheid en burn-out, steeds vaker voorkomt. Het is de nummer 2 oorzaak van uitval.
Het Trimbos-instituut onderschrijft die ontwikkeling. In de afgelopen twintig jaar steeg het aandeel Nederlanders dat in een jaar tijd een psychische aandoening heeft van 17 naar 26%. Neem je de hele levensloop in ogenschouw, dan krijgt maar liefst 48% van de Nederlanders er ooit mee te maken. Psychosociale arbeidsomstandigheden, zoals werkdruk, lijken hierin een belangrijke rol te spelen. Het vertaalt zich bovendien in meer langdurig verzuim: medewerkers zijn niet vaker ziek, wel langer.

Zorg, onderwijs en gemeenten aan kop

Per sector verschillen de verzuimcijfers. De gezondheidszorg steekt er met ruim 8% begin 2026 in de grafieken negatief bovenuit, gevolgd door het onderwijs. Het verzuimpercentage in het primair onderwijs lag de afgelopen vier jaar steevast boven de 7%, volgens de rapportage van het Vervangingsfonds en Participatiefonds (VfPf). In deze sector stijgt zowel het percentage als de duur van het verzuim naarmate de leeftijd toeneemt. In de leeftijdscategorie tot 24 jaar is dat 3,1%, en bij de groep 55-64-jarigen maar liefst 9,7%. Vaak hangt dit samen met factoren zoals de toenemende combinatie van werk en mantelzorg en de krappe arbeidsmarkt, wat voor een hogere werkdruk zorgt.

Bij Nederlandse gemeenten is het verzuim momenteel het hoogst in 20 jaar: het percentage steeg naar 7,1%, zo blijkt uit de Personeelsmonitor Gemeenten 2025 van A&O fonds Gemeenten. In de bouwsector ligt het weer anders. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) rapporteert geheel tegen de trend een dalend verzuimpercentage. In 2024 kwam het uit op 4,8%. Dit cijfer verdient wat nuance: het verzuim daalde weliswaar flink onder personeel dat niet op de bouwplaats werkt, maar het verzuimpercentage onder het bouwplaatspersoneel stijgt juist. Wat in deze sector verder opvalt is dat de gemiddelde verzuimduur steeg, evenredig met de leeftijd van werknemers. De 55-plussers in de bouw verzuimen ruim twee keer zo lang als jongere werknemers én ze zijn drie keer zo vaak langdurig ziek.

 

Generatieverschillen

Het onderscheid tussen ouderen en jongeren is ook op een andere manier zichtbaar. TNO signaleert in de Arbomonitor bij alle leeftijdsgroepen een stijging in burn-outklachten. De stijging bij jongeren rond de 30 jaar is het sterkst. Het gaat hier ook om psychische klachten, (deels) veroorzaakt door werk. In het onderzoek van TNO geeft maar liefst een kwart van alle werkenden geboren vanaf 1986 (de Millennials en Gen Z) aan dat zij signalen van een burn-out hebben. De onzekerheid in de wereld dragen hieraan bij, net als sociale media die prestatiedruk veroorzaken. De schrijvers van het TNO-onderzoek, Malte van Veen en Irene Niks, geven in dit kader echter aan dat leeftijd als losstaande factor niet veel toevoegt in het verklaren van burn-outklachten. Verklaringen zitten vooral in psychosociale werkfactoren – wat de werkgever handvatten geeft voor actie.

Werkstress

In 2025 had 16% van de werknemers een baan die zij als zeer stressvol ervaren. Dat zit in hoge werkdruk én weinig zelfstandigheid in het werk, illustreren cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het CBS en TNO. In het onderwijs en de zorg zijn de stresscijfers extreem hoog: beide 23%. Bijna 4 op de 10 werknemers hebben behoefte aan (aanvullende) maatregelen tegen werkstress.Daarnaast zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen. Vrouwen melden zich in Nederland vaker en vooral langer ziek door stress dan mannen. Dat is te zien in recente cijfers van arbodiensten zoals ArboNed en HumanCapitalCare. Ook het UWV ziet deze ontwikkeling: steeds meer vrouwen onder de 40 jaar verzuimen als gevolg van psychische klachten. Mogelijke verklaring is de hogere werkdruk door aanhoudende personeelstekorten. En dit speelt met name in de zorg, waar meer vrouwen werken. Maar ook maatschappelijke trends, zoals prestatiedruk en het vervagen van grenzen tussen werk en privé door thuiswerken vervullen een rol.

Verwachte trends

Met name de zorg en het onderwijs zullen blijven kampen met ernstige tekorten door minder instroom. Daar komt bij dat de babyboomgeneratie in een hoog tempo de arbeidsmarkt verlaat. Dat raakt de sectoren en ook de overheid hard. Bovendien zet het kennisoverdracht en mentorschap onder druk. Dat maakt het lastiger om de jongere generatie voldoende toe te rusten en werkdruk te verminderen. Daarnaast verandert de arbeidsmarkt door kunstmatige intelligentie en automatisering. Het CBS schat dat 15-20% van de huidige banen de komende tien jaar significant zal veranderen. Wat dat precies betekent voor de gezondheid van werkenden, bijvoorbeeld in psychosociale belasting, is echter nog lastig te zeggen.

Stijgende kosten

Stijgend verzuim is niet alleen persoonlijk en werkinhoudelijk vervelend voor de werknemer en de werkgever. Het betekent ook: stijgende kosten. TNO becijferde dat de kosten voor werkgevers van loondoorbetaling over verzuimde werkdagen al stegen van 5,1 miljard euro in 2015 naar 8,3 miljard euro in 2023. Hiervan was 4,9 miljard euro toe te schrijven aan psychosociale arbeidsbelasting. Dit bedrag zal waarschijnlijk verder stijgen. Want wanneer mensen zich ziekmelden door psychische klachten, overspannenheid of een burn-out, blijven ze gemiddeld het langst thuis: zo’n 63 werkdagen. En met de vergrijzing en het leeftijdsgerelateerde verzuim, ligt het dus voor de hand dat de verzuimkosten, zonder interventies, niet zullen dalen.

 

In deel 2 van deze serie gaan we in op de voornaamste redenen van oplopend (langdurig) verzuim.