Wie de oprichters van werkgelukbureau Gelukzusters ontmoet, snapt meteen: dit zijn geen adviseurs die vanaf een afstandje vertellen hoe het moet. Susanne werkte jarenlang in communicatie en arbeidsmarktinnovatie in de zorg. Esther begon als verpleegkundige en was later manager. Samen zagen ze hetzelfde patroon: mensen die ooit met vuur voor hun vak kozen, raken dat vuur kwijt. Niet omdat ze het werk niet aankunnen, maar omdat het systeem zwaarder is gaan wegen dan de bedoeling. “Het kan zoveel makkelijker”, zegt Esther. “En vooral leuker.”
Hun betrokkenheid is duidelijk hoorbaar. Esther schetst het probleem zonder er doekjes om te winden. “Organisaties blijven maar doen wat ze altijd al deden. Ze moeten wakker geschud worden. Je bent er nog niet als je de tekorten van vandaag en morgen oplost en de technologie voor de toekomst in zicht hebt. Organisaties laten echt goud liggen.”
Na een korte stilte: “Het gaat ons aan het hart dat mensen de zorg uitgaan door frustratie. Als je met hen spreekt dan bloed hun hart, ze zijn zo verdrietig. Ze voelen zich niet gehoord en gezien. Iedereen die zo de zorg uitgaat is er één te veel.”
Susanne: “Die houding van ‘we doen het al jaren zo’ is ook een van de hoofdredenen dat 40 procent van de mbo-verpleegkundigen binnen 2 jaar de zorgt uitstroomt. Dat kan toch niet? En alleen maar omdat mensen niet openstaan voor de ideeën van een jonge generatie. Dat wil niet zeggen dat wat gedaan wordt niet goed is, maar we zijn in transitie. We mógen schuiven en experimenteren. Zodat we lekkerder gaan werken.” En dat kan volgens het tweetal door krachten te bundelen, het goede gesprek te voeren en weg te gaan van het systeem.
Werken aan werkgeluk zorgt er mede voor dat mensen blijven en niet uitvallen. Maar werkgeluk heeft een imagoprobleem schetst Susanne. Het wordt al snel gezien als iets extra’s. Iets voor ‘erbij’. Of iets dat alleen werkt als alles verder perfect geregeld is. Volgens haar is dat precies de denkfout. “Werkgeluk wordt vaak weggezet als soft, terwijl het juist gaat over keiharde thema’s: verzuim, uitstroom en veerkracht”, zegt ze. “Eén zieke medewerker kost al snel zo’n 400 euro per dag. Hoezo zweverig?”
Wat haar stoort: organisaties die brandjes blijven blussen, maar geen tijd maken voor structurele aandacht voor hoe mensen hun werk ervaren. “Alles wat je aan de voorkant investeert, hoef je aan de achterkant niet op te lossen. Dat weten we inmiddels ook uit onderzoek.”
De Gelukzusters praten liever niet in abstracte termen. Ze hebben het over lekker werken. Dat klinkt eenvoudig, maar het raakt de kern. “Lekker werken betekent dat je ruimte voelt om je werk te doen op een manier die bij je past,” legt Susanne uit. “Dat je plezier hebt met collega’s, dat je ziet waar je werk toe leidt en dat je je talenten kunt inzetten.”
Werkgeluk gaat dus niet alleen over de medewerker. Het is een samenspel. “Je hebt drie schakels nodig”, zegt Esther. “De organisatie, de leidinggevende en de medewerker. Als één van die drie uitvalt, werkt het niet.”
Uit onderzoek (onder andere de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan) blijkt dat er verschillende pijlers zijn voor werkgeluk, onder andere: autonomie, verbondenheid en competentie. De Gelukzusters vertalen dat naar de praktijk. “Voor medewerkers is plezier de belangrijkste factor”, zegt Susanne. “Plezier in het werk én plezier met collega’s.”
Voor leidinggevenden is vertrouwen cruciaal. “Geef mensen autonomie. Ga uit van vakmanschap. De meeste mensen weten dondersgoed wat ze doen.”
Daar gaat het vaak mis, zien ze. Medewerkers maken hun eigen speelruimte kleiner, omdat ze denken dat iets ‘niet mag’. Terwijl er vaak veel meer kan dan gedacht. “Dat vraagt lef van leidinggevenden”, zegt Esther. “En soms ook van medewerkers.”
Een terugkerend thema in hun werk is het spanningsveld tussen systeemwereld en leefwereld. “We zijn steeds meer vanuit systemen gaan werken”, zegt Susanne. “Regels, protocollen, registraties. Die zijn niet verkeerd, we hebben een kwaliteitsstandaard nodig. Maar ze zijn leidend geworden. Terwijl het werk gaat over mensen.”
Ze vertelt over een 89-jarige bewoner die iedere dag friet wilde eten. Vanuit voedingsrichtlijnen geen goed idee. Vanuit zijn leefwereld essentieel voor zijn kwaliteit van leven. “Dan kies je: drie maanden langer leven of iedere dag een patatje en geluk.” Die spanning voelen medewerkers dagelijks. En dat doet iets met werkgeluk. “Als je continu moet handelen tegen je eigen professionele gevoel in, raak je gefrustreerd,” zegt Esther. “Dan stapelt het zich op.”
Susanne vult aan: “Laat zorgprofessionals als regisseur werken en oog en tijd hebben voor het welzijn van een cliënt. Dat is zoveel belangrijker dan verplicht moeten registreren dat de gordijnen geopend zijn.”
Esther: “Mooie voorbeelden zagen we toen het zo sneeuwde in januari. Patiënten werden naar buiten gereden om de sneeuw op hun gezicht te voelen. Vanuit de systeemwereld geen goed plan, want er zou iemand kunnen uitglijden. Maar er werd gedacht vanuit plezier maken en menselijke behoefte invullen.”
Volgens de Gelukzusters gaat werkgeluk óók over durven kijken naar wat stress geeft. “Wat maakt dit werk zwaar?” zegt Esther. “Wat doet de nieuwe werkelijkheid met je? Tekorten, hoogstaande technologie, complexere zorg, agressie, Wet zorg en dwang, open deuren. We moeten mensen helpen om te leren omgaan met zaken die ze niet in hun opleiding geleerd hebben gekregen. Inclusief de stress die het oplevert. Niet door te oordelen, maar door het gesprek te voeren over werkongeluk en de oorzaak van stress. Het verantwoordelijkheidsgevoel in de zorg is groot en mensen voelen zich niet gezien en gehoord. Dat is funest.”
Werkgeluk zit niet in grote programma’s alleen, maar juist in kleine interventies. “Je hebt 40 procent invloed op je eigen geluk,” zegt Susanne. “Dat is eigenlijk heel veel. 50 procent zit in je DNA en 10 procent zijn omstandigheden.” Ze geeft een voorbeeld om zelf eens uit te proberen. “Schrijf twee weken lang elke dag drie dingen op waar je blij van wordt. Dat kan iets simpels zijn als de zon op je gezicht voelen of een lekker kop koffie. Zonder dat er iets verandert in je omstandigheden, neemt je geluksgevoel hierdoor aantoonbaar toe.” Wat ook helpt: denk eens terug aan het moment waarop je heel gelukkig werd van je werk. Wanneer klopte alles, wat maakte je blij en trots. Waar was je toen, wat deed je? Wat is mijn talent en geeft mij energie. Esther: “Alleen al dat weten en daaraan denken, maakt dat je dat vanzelf weer kan opzoeken.”
Ook successen delen helpt. “Mensen vinden het heel moeilijk om te zeggen waar ze trots op zijn. Het raakt mij enorm hoe mensen zichzelf te kort doen. Terwijl voldoening, zien dat je werk ergens toe leidt, ook bij werkgeluk hoort. Veel teams zien niet meer wat er goed gaat,” zegt Esther. “Dat moet je soms letterlijk weer leren zien. Wat je doet is bijzonder.”
Wie denkt dat werkgeluk met één workshop geregeld is, komt bedrogen uit. “Werkgeluk is geen sprint, maar een marathon,” zegt Susanne. “Het moet onderdeel worden van je DNA, van die van de organisatie.”
Dat vraagt tijd, kartrekkers en structurele aandacht. Vaak begint het met een kleine groep enthousiaste mensen. “Richt je niet op de 20 procent die niet wil,” zegt Esther. “Begin met de enthousiastelingen. En de rest volgt vaak vanzelf.”
En ja, soms komen de Gelukzusters binnen met humor, attributen of een onverwachte actie. Ze schuren om te prikkelen. Maar altijd met een serieuze onderlaag. “We houden een spiegel voor,” zegt Susanne. “Zoete broodjes bakken we niet. Want alleen dan maak je echt impact.”
Susanne van Riel leerde vanuit haar rol als communicatieprofessional alle aspecten van de zorg van dichtbij goed kennen, maar vond haar plek pas echt na een opleiding tot werkgelukdeskundige. Dat was voor haar hét moment om Gelukzusters op te richten. Susanne is gespecialiseerd in werkgeluk, arbeidsmarktcommunicatie en -innovatie en workdesign.
Esther van der Heeft startte haar carrière als verpleegkundige en werkte daarna als zorgmanager in ziekenhuis en vvt (verpleging, verzorging, thuiszorg) . Na 25 jaar heeft ze zich gespecialiseerd als professioneel trainer en coach.
Hun missie: zorgen dat mensen weer lékker kunnen werken. Ze inspireren, adviseren en ondersteunen organisaties in de sector zorg en welzijn om de medewerkerstevredenheid in teams en/of organisaties te vergroten en het verzuim en verloop omlaag te krijgen.