De structurele RVU vraagt om een duidelijke en objectieve afbakening van zwaar werk. Binnen overheid en onderwijs kan dat bijvoorbeeld gaan om functies met:
Wil je de RVU toepassen, dan moet je als organisatie kunnen onderbouwen dat het werk zo zwaar is dat doorwerken tot de AOW-leeftijd niet haalbaar is.
Leg je zwaar werk vast op cao-niveau? Dan moeten cao-partijen deze afbakening laten toetsen door het TNO Expertisecentrum Zwaar Werk. TNO beoordeelt of de criteria zorgvuldig, objectief en binnen de geldende kaders zijn opgesteld. Deze toets geldt alleen voor cao-afspraken. Bij individuele afspraken of bedrijfsregelingen is geen TNO-toets nodig. De verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke doelgroepbepaling blijft altijd bij de betrokken partijen zelf.
Een belangrijke wijziging in de structurele regeling is de verplichte koppeling met duurzame inzetbaarheid (DI). Elke RVU-afspraak moet expliciet laten zien hoe je investeert in het verminderen van zwaar werk.Bijvoorbeeld:
Deze koppeling is een harde voorwaarde binnen cao-afspraken en maakt ook onderdeel uit van de jaarlijkse monitoring door het ministerie van SZW.
Je hoeft niet te wachten op cao-afspraken om een medewerker vervroegd te laten uittreden. Ook zonder cao kun je individuele RVU-afspraken maken met medewerkers die aantoonbaar zwaar werk verrichten.Daarnaast kun je op bedrijfsniveau afspraken maken met de ondernemingsraad. Voor deze regelingen gelden dezelfde uitgangspunten als bij cao’s:
De drempelvrijstelling van € 2.657 bruto per maand blijft hierbij volledig van toepassing.
De extra € 300 maakt onderdeel uit van de wettelijke drempel voor 2026. Deze ruimte mag je alleen gebruiken als dit expliciet is vastgelegd in de cao of bedrijfsafspraken. Het is dus geen automatische verhoging.
Leg je deze extra ruimte niet vast?
Dan moet dat ook expliciet in de regeling of individuele afspraak staan. Doe je dat niet, dan kan een medewerker op basis van de letterlijke tekst van de regeling alsnog aanspraak maken op de extra € 300. Dat kan leiden tot discussie en fiscale risico’s. Heldere afspraken voorkomen dat.
De drempelvrijstelling waarbinnen geen RVU-heffing verschuldigd is, bedraagt in 2026: € 2.657 bruto per maand. Dit bedrag is inclusief de extra € 300 die in zogenoemde knellende situaties kan worden toegepast.
Door de structurele voortzetting van de RVU ontstaat blijvende ruimte om medewerkers in zwaar belastende functies binnen overheid en onderwijs zorgvuldig en rechtmatig te begeleiden richting pensioen. Tegelijk vraagt de regeling dat je aantoonbaar investeert in duurzame inzetbaarheid en zwaar werk structureel aanpakt. Binnen die kaders is er volop ruimte voor maatwerk. Via cao’s, bedrijfsregelingen én individuele afspraken.
Lees meer over RVU op de website van a.s.r..
We denken graag met je mee over een aanpak die past bij jouw organisatie. Samen zorgen we voor duidelijkheid, zorgvuldigheid en toekomstbestendige keuzes.